nieuwsbrief m.b.t. het coronavirus

Geplaatst: 09-04-2020

 

We leven in een onzekere tijd door de gevolgen van het coronavirus (COVID 19). De overheid tracht u als ondernemer zo goed en zo kwaad als het kan te ondersteunen. Meer en meer wordt bekend over de maatregelen van de overheid waarop u mogelijk een beroep kan doen. Met de regelmaat van de klok informeren wij u over de, in onze ogen, voor u belangrijkste maatregelen. De selectie die wij maken heeft ook tot doel het voor u leesbaar te maken en te houden. Mocht u vragen hebben over regelingen die op u van toepassing kunnen zijn en waarover niets in een van onze nieuwsbrieven is opgenomen, dan verzoeken wij u met ons kantoor en uw contactpersoon te bellen of mailen. Dat geldt vanzelfsprekend ook voor andere maatregelen en/of gevolgen die direct dan wel indirect verband houden met het coronavirus. Het is bij de door ons gemaakte selectie ook niet te vermijden dat sommige nieuwsberichten op uw situatie niet van toepassing zijn. Wij vragen uw begrip hiervoor.

 

In de nieuwsbrief van vandaag gaan wij in op de volgende onderwerpen:

  1. De hoofdlijnen van de NOW regeling;
  2. De boete bij ontslag na NOW;
  3. De tijdelijke overbruggingsregeling zelfstandig ondernemers;
  4. Het noodloket;
  5. Het terugvragen van btw van oninbare debiteuren;
  6. Het vragen van uitstel van betaling van belastingen;
  7. Het coronavirus en de huur van bedrijfsruimte;
  8. Corona en alimentatieplicht;
  9. De bijdrage van DUO.

 

  1. De hoofdlijnen van de NOW regeling

 

Minister Koolmees heeft de hoofdlijnen van de ‘Tijdelijke Noodmaatregel Overbrugging voor Werkbehoud’ (NOW) gepubliceerd in een brief aan de Tweede Kamer. Hierna een opsomming van deze hoofdlijnen.


Inhoud en doelgroep
De NOW ondersteunt werkgevers die geconfronteerd worden met een omzetdaling van ten minste 20% over een aangesloten periode van 3 maanden. Uitgangspunt is daarbij dat omzetdaling het gevolg is van buitengewone omstandigheden, die buiten het normale ondernemersrisico vallen en bijvoorbeeld samenhangen met overheidsingrijpen en openbare orde maatregelen. Een werkgever hoeft niet aan te tonen in welke mate de buitengewone omstandigheden bijdragen aan de omzetdaling van ten minste 20%.
 
De ondersteuning betreft een subsidie voor de loonkosten van de werknemers die in dienst zijn bij een werkgever en die verplicht verzekerd zijn voor de werknemersverzekeringen. Werkenden met een zogenoemde ‘fictieve dienstbetrekking’ vallen daarmee wel onder de regeling, maar niet-verzekerde en vrijwillig verzekerde DGA’s weer niet.
 
De regeling geldt ook voor werkgevers die werknemers in dienst hebben met een flexibel contract voor zover deze werknemers in dienst blijven en loon ontvangen van de werkgever gedurende de periode waarover de subsidie wordt verstrekt.
Ook is de NOW van toepassing op de loonkosten voor werknemers waarvoor de werkgever geen loondoorbetalingsplicht heeft, zoals een werknemer met een nulurencontract. Ook payroll- en uitzendwerkgevers komen in aanmerking. Voor hen gelden dezelfde voorwaarden.
 
Belangrijke voorwaarden
Aan de NOW zijn, twee belangrijke voorwaarden verbonden:

  1. Er geldt een inspanningsverplichting om de loonsom zoveel mogelijk gelijk te houden. Dit wil zeggen dat werkgever zich inspant om de loonsom zoveel mogelijk gelijk te houden en werknemers dus door te betalen. Een daling van de loonsom leidt tot een lagere subsidie.
  2. Geen ontslagaanvraag wegens bedrijfseconomische redenen. De werkgever doet in de periode van 18 maart tot en met 31 mei 2020 bij UWV geen verzoek om toestemming te verkrijgen voor opzegging van een arbeidsovereenkomst wegens bedrijfseconomische redenen. Als toch ontslag wordt aangevraagd en deze aanvraag niet (of niet tijdig) is ingetrokken, wordt bij de vaststelling van de subsidie een correctie doorgevoerd. Bij de vaststelling van de subsidie wordt vastgesteld wat het loon is van de werknemers voor wie ontslag is aangevraagd. Dit loon wordt vervolgens verhoogd met 50%. Dit loon plus de vermeerdering van 50% worden in mindering gebracht op de totale loonsom, waarop de uiteindelijke hoogte van de subsidie wordt gebaseerd.

Berekening tegemoetkoming
De subsidie bedraagt maximaal 90% van de loonsom over de 3-maandsperiode maart 2020 tot en met mei 2020. Voor de loonsom wordt van het sociale verzekeringsloon uitgegaan. Ook aanvullende lasten en kosten zoals werkgeverspremies en werknemersbijdragen aan pensioen en de opbouw van vakantiebijslag worden gecompenseerd door een vaste opslag van 30% op het sociale verzekeringsloon.
Als loon wordt maximaal tweemaal het maximumdagloon per maand (derhalve max.
€ 9.538) per individuele werknemer in aanmerking genomen.
 
De subsidie wordt gerelateerd aan het percentage van de omzetdaling. Het percentage van 90% van de totale loonsom is een maximumpercentage dat zal worden uitbetaald bij een omzetdaling van 100%. Is de omzetdaling lager, dan zal de subsidie evenredig lager worden vastgesteld. Op deze manier blijft het voor werkgevers altijd gunstiger om, waar dat mogelijk is, omzet te blijven genereren.
 
De omzetdaling van minimaal 20% moet zich voordoen over een 3-maandsperiode startend op 1 maart, 1 april of 1 mei 2020. De omzet in deze meetperiode wordt vergeleken met de omzet over heel 2019, gedeeld door vier. Als een werkgever op 1 januari 2019 nog niet bestond, geldt een afwijkende omzetbepaling.
Een vrij beperkte en kortdurende daling van de omzet komt dus niet in aanmerking voor een subsidie op grond van de NOW. Er wordt ook geen rekening gehouden met het feit dat de gebruikte tijdvakken voor 2019 niet representatief zijn, bijvoorbeeld door groei van de onderneming of door seizoenspatronen.
 
Voorbeeld
Een werkgever had een omzet in 2019 van gemiddeld € 100.000 per maand, ofwel
€ 1.200.000 over het gehele jaar. In de periode van 1 maart tot en met 31 mei 2020 – in dit voorbeeld de periode waarover de werkgever heeft aangegeven zijn omzetdaling berekend wil hebben – is zijn omzet gemiddeld € 70.000 per maand, ofwel € 210.000 over de gehele periode. In dit geval is de omzetdaling:
 
(€ 1.200.000 / 4) – € 210.000 = 0,30 = 30%
(€ 1.200.000 / 4)
 
Een werkgever heeft in de berekening van het voorschot, waarbij wordt uitgegaan van het tijdvak januari 2020, € 50 000 loonsom en een verwachte omzetdaling van 30%. Dat leidt tot een verwachte vaststelling van de subsidie van (0,30 x € 50.000 x 3 x 1,3 x 0,9) =
€ 52.650 in totaal. Hiervan krijgt de werkgever een voorschot van € 42.120.
 
Omzetdaling op concernniveau
Voor werkgevers die bestaan uit één rechtspersoon of natuurlijk persoon gaat het om de (verwachte) omzetdaling op het niveau van de natuurlijke persoon of rechtspersoon. Bij meerdere rechtspersonen gaat het om de omzetdaling op concernniveau. Als een concern als geheel minder dan 20% omzetverlies heeft, krijgen afzonderlijke stilliggende onderdelen van dat concern geen tegemoetkoming.
 
Als een werkgever meerdere loonheffingsnummers heeft en voor zijn gehele loonsom in aanmerking wil komen voor subsidie, zal hij per loonheffingsnummer een aanvraag moeten indienen. Wel geeft hij de omzetdaling op die hij voor de gehele onderneming verwacht; bij elke aanvraag vult hij dezelfde omzetdaling en meetperiode in.
 
Aanvraag, voorschot en toekenning van de subsidie
Op vrijdag 3 april 2020 wordt definitief vastgesteld of het UWV de NOW vanaf
6 april 2020 kan uitvoeren. Bij de aanvraagprocedure moeten werkgevers, naast het opgeven van gegevens als bedrijfsnaam en loonheffingsnummer, de volgende stappen doorlopen:

  • De werkgever vraagt subsidie aan voor de loonsom in maart, april en mei vanwege een omzetdaling van meer dan 20%.
  • Als de werkgever verwacht dat het effect van de huidige situatie pas met vertraging in de omzetcijfers zichtbaar wordt, kan de werkgever aangeven dat hij de meetperiode voor de omzetvergelijking één of twee maanden later wil laten aanvangen. De loonsom blijft ook in deze gevallen de loonsom van maart, april en mei 2020.
  • De werkgever geeft de verwachte omzet in de drie maanden van de door hem gekozen meetperiode op en vergelijkt deze met de totale omzet in 2019, gedeeld door vier.
  • Op basis daarvan berekent de werkgever het omzetverlies in procenten en vermeldt hij dat op het aanvraagformulier.
  • Voor bijzondere situaties (het bedrijf bestond niet gedurende geheel 2019; het bedrijf maakt onderdeel uit van een groter geheel), bevat de nadere toelichting op het formulier aanwijzingen voor de juiste berekening van het omzetverlies.

Voorschot
Nadat positief op de aanvraag is beslist, zal UWV een voorschot verlenen van 80% van de subsidie zoals deze wordt berekend op basis van de bij de aanvraag geleverde gegevens over de verwachte omzetdaling.
Het voorschot is gebaseerd op de loonsom over het aangiftetijdvak januari 2020. Als de loonsom over de maanden maart-april-mei lager is, wordt de hoogte van de subsidie verminderd met 90% van het bedrag waarmee de loonsom is gedaald. Hierdoor worden werkgevers van werknemers met een flexibel contract gestimuleerd om het loon door te betalen (voor dezelfde urenomvang). Wordt ervoor gekozen om de lonen van werknemers met flexibele arbeidsomvang door te betalen, dan tellen deze lonen mee bij de vaststelling van de NOW en wordt hierover subsidie ontvangen.
De betaling van het voorschot vindt plaats in drie termijnen. Er wordt naar gestreefd de betaling van de eerste termijn van het voorschot te laten plaatsvinden binnen 2-4 weken.
 
Beslissing
Voor het UWV geldt een beslistermijn van 13 weken na ontvangst van de volledige aanvraag. Binnen 24 weken na afloop van de periode waarover de NOW is toegekend, moet de werkgever vaststelling van de subsidie aanvragen. In beginsel is hierbij een accountantsverklaring vereist. Er wordt naar gestreefd om binnen vier weken na publicatie van de regeling duidelijkheid te geven onder welke grens een accountantsverklaring niet is vereist. De regeling kan op dat punt nog worden aangepast.
Binnen 22 weken na ontvangst van deze aanvraag zal het UWV de definitieve subsidie vaststellen. Bij de afrekening kan sprake zijn van een nabetaling of, als bijvoorbeeld het omzetverlies lager is uitgevallen, terugvordering.

  1. 2. De boete bij ontslag na NOW

 

Vanochtend is tijdens de persconferentie van minister Koolmees gebleken dat ondernemers die een beroep doen op de NOW, écht geen ontslagen mogen laten vallen. Is een ontslag toch noodzakelijk, bijvoorbeeld om een faillissement te voorkomen? Dan kan de ondernemer een boete verwachten. Dit zal anders zijn bij een ontslag om dringende redenen (het ontslag op staande voet) of andere vormen van ontslag die op geen enkele wijze samenhangen met bedrijfseconomische omstandigheden.

 

  1. De tijdelijke overbruggingsregeling zelfstandig ondernemers


De ‘Tijdelijke overbruggingsregeling zelfstandig ondernemers’ (Tozo) is opengesteld. De Staatssecretaris van SZW heeft de voorwaarden bekendgemaakt. Die voorwaarden zijn:

 

  • de ondernemer moet bij de aanvraag verklaren dat hij/zij verwacht dat zijn/haar inkomen door de Coronacrisis in de komende drie maanden daalt onder het sociaal minimum;
  • wanneer dit achteraf anders is, moet de ondernemer dit doorgeven aan de gemeente;
  • de ondernemer moet voldoen aan het urencriterium (1.225 uren per jaar) voor de zelfstandigenaftrek. Bestaat de onderneming korter, dan een jaar dan geldt het urencriterium voor het aantal maanden dat is gewerkt;
  • de ondernemer moet ingeschreven zijn bij de Kamer van Koophandel, voordat de Tozo is aangekondigd, dus voor 17 maart 2020 18.45 uur.

 

 De Tozo is gebaseerd is op het Besluit bijstandverlening zelfstandigen (Bbz), maar de procedure is veel sneller, namelijk 4 weken in plaats van de gebruikelijke 13 weken bij de Bbz. Achteraf wordt gecontroleerd of de ondernemer terecht gebruik heeft gemaakt van de regeling. De gemeenten zijn verplicht om bij fraude de toegekende bijstand terug te vorderen en een boete op te leggen.
 
DGA en Tozo
Uit de meest actuele berichtgeving blijkt dat ook een DGA in principe een beroep kan doen op de Tozo, als deze voldoet aan de wettelijke eisen: het urencriterium, volledige zeggenschap en het dragen van de financiële risico’s. De DGA dient naar waarheid te verklaren en aannemelijk te maken dat zijn of haar bv vanwege de Coronacrisis geen salaris kan uitbetalen. Voor een aandeelhouder die verzekerd is voor de werknemersverzekering komt de werkgever in aanmerking voor de NOW. Onduidelijk is nog hoe de Belastingdienst de gebruikelijk loonregeling zal toepassen.

 

  1. Het noodloket;

 

Ook de andere steunmaatregel voor ondernemers – de Tegemoetkoming Ondernemers Getroffen Sectoren COVID-19 (TOGS, of kortweg het Noodloket) - is opengesteld. Er is een lijst gepubliceerd, waarop de kwalificerende ondernemers staan die aan de hand van hun SBI-codes zijn geselecteerd. Deze lijst wordt nog uitgebreid met ondernemers in de non-foodsector, zoals winkeliers. Zij hoeven hun deuren weliswaar niet te sluiten, maar hebben wel te maken met veel omzetverlies. Dat wordt met name veroorzaakt door de oproep aan mensen om zoveel als mogelijk thuis te blijven en door de instructies van de overheid in het sociale verkeer.
Vallen de hoofdbedrijfsactiviteiten van u in een van deze sectoren, dan komt u in beginsel in aanmerking voor deze compensatie in de vorm van een eenmalige gift van € 4.000 voor de eerste nood in de periode 16 maart tot en met 15 juni 2020. Wij kunnen deze aanvraag voor u doen als u ons daarvoor machtigt. Hiervoor is een machtigingsformulier ontwikkeld. De machtiging hoeft bij de aanvraag niet te worden meegestuurd. U of wij vragen de compensatie aan bij rvo.nl uiterlijk tot en met 26 juni 2020, 17.00 uur. De tegemoetkoming wordt tot 1 januari 2021 verstrekt. Voor de aanvraag is een eHerkenning (niveau 1 of hoger) nodig of DigiD.
 
Voorwaarden
De aanvraag moet in ieder geval de volgende informatie bevatten:

  • Gegevens over de onderneming, waaronder het KvK-nummer, het post- en bezoekadres en het rekeningnummer dat op staat van de onderneming;
  • Naam, telefoonnummer en e-mailadres van de contactpersoon bij de onderneming;
  • Een verklaring dat de onderneming geen overheidsbedrijf is;
  • Een bevestiging dat de tegemoetkoming niet zal leiden tot overschrijding van het de-minimisplafond  (verklaring de-minimissteun);
  • Een verklaring dat de onderneming op het moment van de aanvraag aan de gestelde eisen voldoet;
  • Een verklaring dat de onderneming in de periode 16 maart tot en met 15 juni 2020 verwacht ten minste € 4.000 omzetverlies te lijden;
  • Een verklaring dat de onderneming in die periode ten minste € 4.000 vaste lasten te hebben, ook na gebruik van andere beschikbare steunmaatregelen ter bestrijding van het Coronacrisis.
  •  
  •  De ondernemer krijgt in beginsel binnen twee á drie weken de beslissing over de aanvraag toegezonden. Een toegekende tegemoetkoming kan nog 5 jaar na de verstrekking worden herzien, mocht deze door onjuiste gegevensverstrekking niet in overeenstemming met de beleidsregels zijn verstrekt.
  1. Het terugvragen van btw van oninbare debiteuren

 

Bij toepassing van het factuurstelsel moet de btw op aangifte worden afgedragen in het tijdvak van het uitreiken van de factuur. Er bestaat echter recht op teruggaaf van die btw als de debiteur niet of niet tijdig betaald. Die teruggaaf kan via de aangifte worden geclaimd in het tijdvak waarin vaststaat dat (een deel van) het factuurbedrag niet meer zal worden ontvangen. In die situatie moet dus zekerheid bestaan dat de debiteur niet meer zal betalen. Dat valt niet altijd eenvoudig aan te tonen. Daarom bestaat ook recht op btw-teruggaaf als de debiteur het factuurbedrag nog niet heeft betaald 12 maanden nadat de factuur opeisbaar is geworden. De terug te vragen btw vanwege oninbaarheid, moet worden verwerkt in de aangifte van het tijdvak waarin het recht op teruggaaf is ontstaan, en niet in een later tijdvak.
 
Hoe verwerk je de btw-teruggaaf
De terug te vragen btw moet in de aangifte worden verwerkt als negatieve omzet (rubriek 1). De btw wordt weer verschuldigd via de aangifte, voor zover de debiteur na de btw-teruggaaf aan de schuldeiser, alsnog betaalt. Dan moet de schuldeiser de alsnog betaalde omzet in de aangifte vermelden als positieve omzet. Het bedrag van een deelbetaling verspreidt zich overigens over de gehele factuur, zodat in een deelbetaling dus altijd 9/109e of 21/121e aan btw is begrepen.
Overigens moet de debiteur de eerder afgetrokken btw terugbetalen aan de Belastingdienst, voor zover deze btw eerder in aftrek is gebracht. Deze terugbetaling is verschuldigd als vaststaat dat (een deel van) het factuurbedrag niet meer zal worden betaald maar uiterlijk 12 maanden na de opeisbaarheid. De terug te betalen btw moet in de aangifte worden verwerkt als negatieve voorbelasting (rubriek 5b).

 

 

6. Het vragen van uitstel van betaling van belastingen

 

Al enige tijd is bekend dat het mogelijk is om uitstel van het betalen van belastingen (loonheffing, inkomstenbelasting, vennootschapsbelasting en omzetbelasting) aan te vragen. Vanochtend is officieel bekend gemaakt dat het mogelijk is om én vooraf én online uitstel van betaling aan te vragen voor de IB, VPB, BTW en LB, door in te loggen met een DigiD-code. U hoeft dus niet meer te wachten totdat de aanslag is ontvangen. Vanzelfsprekend kunnen wij voor u deze aanvraag ook indienen.

 

Wel is het zo dat, als éénmaal uitstel is aangevraagd, dit uitstel ook automatisch geldt voor nieuwe aanslagen opgelegd in de periode van uitstel. Ook verdient het, naar huidig inzicht, nog steeds de aanbeveling tijdig separaat melding van betalingsonmacht door de bestuurder/DGA te laten doen.

 

7. Het coronavirus en de huur van bedrijfsruimte

 

Als huurder kunt u niet zomaar op grond van de wettelijke bepalingen onder uw huurverplichtingen uitkomen. U zult dan ook met uw verhuurder om de tafel moeten om afspraken te maken over uitstel van betaling. Voor veel huurders zal dit niet genoeg zijn en zij zullen zelfs moeten aandringen om de huur (al dan niet gedeeltelijk) kwijt te schelden over een bepaalde periode. Niet alle verhuurders zijn hiervoor gevoelig. In de landelijke pers verschijnen inmiddels berichten dat verhuurders hun huurders nul op het rekest geven en verwijzen naar hun eigen getroffen belangen. Er zijn ook verhuurders die een stapje verder gaan en een voorstel doen om akkoord te gaan met beëindiging van de huur, waarbij binnen enkele dagen moet worden ingestemd. Indien de huurder negatief reageert vervalt het aanbod. Dit gebeurt vooral in gevallen waarbij een lage huur wordt betaald. Verhuurders ruiken hun kans om nieuwe contracten te sluiten voor hogere huurprijzen (waarbij uiteraard maar moet worden afgewacht of dit gezien de economische crisis zo’n verstandige beslissing is). Vooral Horeca Nederland maakt zich ernstige zorgen en overlegd met grote partijen (bierbrouwers) over regelingen. Het is uiteraard sterk de vraag of verhuurders niet betalende huurders op korte termijn uit hun panden kunnen krijgen. Een reden voor beëindiging van de huur is een huurachterstand van tenminste 3 maanden. Het is de vraag of rechters dit uitgangspunt verder zullen oprekken als op deze grond om ontbinding van de huurovereenkomst wordt gevraagd. Hoewel rechtbanken op dit moment ook hun deuren hebben gesloten, kan er wel schriftelijk worden geprocedeerd.

8. Corona en alimentatieplicht

 

Veel ouders kunnen door wegvallende inkomsten op dit moment inderdaad niet meer aan de eens vastgestelde alimentatieverplichting voldoen. Zij zijn bijvoorbeeld een ondernemer en zien dat hun onderneming voorlopig noodgedwongen gesloten blijft. Of ze zijn ondanks de oproep aan werkgevers toch hun baan verloren en hebben op korte termijn geen reëel uitzicht op een andere functie. Op zo’n moment is het als ouders goed om met elkaar in gesprek te gaan. Geven deze gesprekken niet het gewenste resultaat, dan kan de rechter worden gevraagd om een beslissing te nemen. Dit dient altijd door een advocaat te worden begeleid. Wordt er niets geregeld, dan blijft in de regel het eerder overeengekomen bedrag verschuldigd en kan de ontvangende ouder het Landelijk Bureau Inning Onderhoudsbijdragen (LBIO) of een deurwaarder inschakelen om betaling af te dwingen.

 

 

9. De bijdrage van DUO

 

Ook de Dienst uitvoering onderwijs (DUO) komt studenten en ex-studenten tegemoet die door de Coronacrisis in betalingsnood zijn gekomen. Studenten met studiefinanciering, kunnen gebruikmaken van de volgende al bestaande mogelijkheden:

  • Als de student nog niet aan zijn/haar leenmaximum zit, kan de student (tijdelijk) bijlenen met terugwerkende kracht tot de start van dit studiejaar;
  • De student kan mogelijk alsnog een aanvullende beurs aanvragen met terugwerkende kracht tot het begin van dit studiejaar. Dit hangt af van het inkomen van de ouders;
  • Mocht de studente al een aanvullende beurs hebben en de ouders hebben in 2020 minder inkomen, dan kan de student het peiljaar laten verleggen naar 2020. Daardoor krijgt hij/zij meer aanvullende beurs;
  • Studeert de student aan een hbo of universiteit, dan kun hij/zij een collegegeldkrediet krijgen. Dit is een extra leenoptie voor het collegegeld.

 De ex-student die zijn studiefinanciering aan het terugbetalen is, kan van de volgende bestaande mogelijkheden gebruikmaken om de betalingsproblemen te verlichten:

  • Hij/zij kan een aflosvrije periode aanvragen van maximaal vijf jaar. Heeft de ex-student deze mogelijkheid al benut of een andere betalingsregeling getroffen? In dat geval gaat DUO minder strikt om met de terugbetalingsplicht;
  • Ook voor de ex-student bestaat de mogelijkheid om bij een inkomensdaling in 2020 het peiljaar te laten verleggen naar 2020. Je aflossingsbedrag wordt dan lager.

Tot zover deze nieuwsbrief. Zoals opgemerkt melden wij ons weer bij u zodra er belangrijk nieuws is.

 

AEC Limburg B.V.

Terug naar overzicht